Spelen en weersomstandigheden

Spelen en weersomstandigheden

Om ervoor te zorgen dat onze gravelbanen zo optimaal mogelijk bespeelbaar blijven, vind je hieronder een schema met wat je zelf kunt doen of soms zelfs moet doen om de baan goed in conditie te houden. Daarnaast kan de groundsman, een bestuurslid of de verenigingscompetitieleider (VCL) je altijd vragen om de baan niet te betreden of om klein onderhoud (bijvoorbeeld sproeien) te plegen. Ook kan de groundsman je te allen tijde verzoeken om de baan (tijdelijk) te verlaten omdat er onderhoud aan de baan gepleegd moet worden. Dank alvast voor je medewerking !  

 

Weertype Wat zie je aan de baan? Tennissen ja/nee? Toelichting
Lichte regen De baan kleurt donker. Nog geen plasvorming.  Zolang de baan niet gaat glimmen of plasvorming op treedt, kun je tennissen. GLIMMEN IS STOPPEN !! Denk altijd aan je eigen veiligheid. Op een natte baan glijd je eerder uit.
Normale en flinke regen Plassen op de baan.

Beslist niet tennissen!

Gaat het hard regenen tijdens jouw training of partij, ga dan direct van de baan af. Niet gaan slepen, dan trek je het gravel te veel naar een bepaalde kant en ontstaan elders gaten. NIET prikken.

In verband met uitglijden en het stuklopen van –natte- baan niet betreden.   In een beperkt aantal gevallen mag er gesponst worden (tijdens grote toernooien), maar dan alleen op aangeven van de groundsman, het bestuur of de VCL.
Sneeuw  De baan is wit. De baan beslist niet betreden. Ook nadat de sneeuw van de baan af is niet op de baan omdat de ondergrond waarschijnlijk bevroren is of gaat ontdooien.   Sneeuwruimen is niet aan de orde. Wachten tot de sneeuw verdwenen is.  Een ontdooiende ondergrond geeft een dun laagje water wat een soort glimmende spiegel wordt. Niet op lopen, anders maak je de structuur van het gravel stuk. Bovendien is het voor je eigen veiligheid (risico op uitglijden). 
 Vorst De baan is vaak wat lichter van kleur. Het gravel lijkt wat ‘ronder’ (ook wel korreliger). Bij VORST NIET SPELEN. Bij opdooi, waarbij de gravellaag aanvoelt als een spons, mag er niet op gelopen of gespeeld worden totdat de vorst uit de grond is.  Zie sneeuw. Je moet helaas wachten tot de totale onderlaag ontdooid is en de spiegelende waterlaag verdwenen (verdampt) is. Grofweg kan er tot 11.00 uur NIET gespeeld worden.
Droogte De baan is licht oranje van kleur en erg stoffig. Zowel wanneer je op de baan bent als wanneer je sleept, zie je grote of kleine stofwolken omhoog komen.

Vegen en aansluitend kort of lang sproeien.  

Kortstondig sproeien als er direct na jou weer gespeeld moet worden (competitie en officiële toernooien). Eerst vegen. Met hand sproeien.  

Langdurig sproeien als de verwachting is dat er die dag en de dagen erna geen regen gaat komen, of als er geen directe noodzaak is om alle banen in gebruik te nemen. Automatisch sproeien, 5-10 min.  

De groundsman, een bestuurslid of de VCL kan altijd aangeven dat de banen eerst gesproeid moeten worden, voordat je de baan weer op mag.  

Bij zeer stoffige banen: vooraf kort sproeien, zodat je niet in het stof speelt!

SPROEIEN IN ‘BROES- STAND’.

De sproeier zo’n 50-75 cm boven het oppervlak houden en de baan nat maken. Eerst de schaduwkant! En vooral ook rond de baseline.   Na afloop altijd de handel op stand uit.  

Als de baan net gesproeid is, dan even wachten met erop tennissen. Bij plasvorming zelfs iets langer wachten. Anders maak je kuilen of kun je uitglijden.   

                      

Sproei-instructie

  1. Veeg eerst de banen (in rondjes!!)
  2. Begin aan de schaduwkant met sproeien.
  3. Rol de slang goed uit richting schaduwkant.
  4. Sproei met de wind mee.
  5. Draai de rode/gekleurde handel (beneden aan stang) een kwartslag.
  6. Houd het spuitstuk omhoog.
  7. Hou de sproeier zo’n 50-75 cm boven het gravel. Niet te dicht bij het gravel, anders spuit je gravel weg.
  8. Houd de sproeier niet te veel in de lucht; het gravel moet nat worden, niet de lucht.
  9. Houd bij veranderen van baanhelft het mondstuk altijd omhoog en trek de slang mee.
  10. Spuit royaal om de baan heen, dus ook het middenstuk en achter de baan.
  11. Denk aan andere spelers die nog op de baan staan.
  12. Klaar met spuiten? Let er dan op dat het spuitstuk omhoog wijst als je de watertoevoer stopt.
  13. Draai de rode handel weer een kwartslag terug, zodat er geen water meer uitkomt.
  14. Rol de slang weer netjes op, zodat anderen er niet over struikelen.

Veeginstructie

  1. Haal het sleepnet van het haakje.
  2. Veeg eenmaal in een groot rondje om de baan (+ 2 ½ m).
  3. Veeg daarna de rest van de baan in de lengte.
  4. Veeg als laatste in de breedte eenmaal vlak vóór en eenmaal vlak na de baseline (achterlijn).
  5. Hang het sleepnet na gebruik netjes terug op het haakje.

Vragen over de weerinstructies?

Zoek contact met de coordinator baankwaliteit of vul je gegevens hieronder in zodat wij contact kunnen opnemen met je.

Vragen?

logo

E-mail

[email protected]

Telefoon

+31 343 513 175

Address

J. Manger Catslaan 2
3971 AL Driebergen